Ik weet niet wat ik had vandaag. Maar ik weet wél dat het niet goed was.
Nochtans was ik relatief goed opgestaan. Te vroeg, ja, want het kleinste lid van mijn gezin heeft nog nooit van uitslapen gehoord, maar relatief goed. Tot het gezaag begon. Het kind wilde namelijk zijn mosasaurustand mee naar school nemen en ik had het gore lef om te zeggen dat we dat eerst aan de juf moesten vragen (er is een afspraak rond spullen meenemen van thuis). Ongehoord, blijkbaar.
En dan was daar ook nog de rommel, het zand van de hondjes, omdat de tuin een grote zandbak is, de honger en het gevoel dat ik écht moest douchen, maar dat daar gewoon geen ruimte voor was. En een lange lijst met dingen die ik moest doen (twee dingen, objectief gezien, maar ik moest ervoor naar de stad en ik had daar totaal, totaal, totaal geen zin in).
Toen ik het papier en de kleurpotloden terugpropte in de kast, viel de doos met stiften eruit.
ALLE stiften. Over de hele vloer.
GODVERDOMME!
Echt, gevloekt dat ik heb. Hard. En wat me dan nóg bozer maakte: het lief ging gewoon verder alsof er niets aan de hand was. Alsof ik niet net mijn volledige cool verloren had en in mijn eentje die berg stiften zat terug te proppen. Dus ik zei (oké, op een vrij boze en ietwat ironische toon, ik geef het toe) dat ik het wel leuk zou vinden als hij mij eens efkes iets van een empathische reactie zou geven. Een knuffel. “Gaat het?” Iets.
Hij liep weg om te gaan werken.
HALLO?!
Misschien overdreef ik zelf ook wel een klein beetje. Misschien. Maar ik kon het op dat moment echt niet hebben.
Toen ik terugkwam van de kleine op school afzetten, had een van de honden met zijn zandpoten de hele zetel omgetoverd tot een strand. Ik stuurde een bijna tien minuten durend spraakbericht naar Lena (tranen, snot, het volledige pakket) om mijn hart te luchten. Absoluut niet de leukste manier om aan een vrije dag te beginnen.
Ik zette dan maar mijn millennial depression antidote-afspeellijst op om het stofzuigen draaglijker te maken. Dat hielp een beetje, want je kan niet meezingen met Cheeky Song en jezelf serieus houden, maar de echte magische oplossing bleek gewoon eten te zijn. Somehow was het tijdens mijn hele mental breakdown niet bij me opgekomen dat ik nog altijd reuzehonger had. Nadat ik mijn havermoutje naar binnen had gewerkt, voelde ik me gelijk véél beter. En die douche die ik erna nam, hielp ook. En het lief eens bellen en sorry zeggen ook. En het vooruitzicht van frietkotfrietjes met Linda ’s avonds ook.
Moraal van het verhaal: soms is de wereld gewoon wat te veel om te handelen vóórdat je je havermout op hebt.
Dit is post 35 van 40

Heb je geen zin om een comment achter te laten,
maar wil je wel je waardering tonen?
Klik op het hartje hieronder! ↓
DANKJE!
🌷

Ik heb geen kleine voor dit soort ellende en geen hondjes of zand in de achtertuin, maar jeetje ik voel dat wel. Ik vind het wel jammer dat je vriend er totaal niet op reageerde, oke hij moet gaan werken, maar bemoedigend woordje is wel iets.
Je bent iig je grief kwijt;)
Bij mij is dat mijn eerste koffie.
Let op met mij te overprikkelen voor ik mijn eerste koffie gehad heb. En daar is niet veel voor nodig. Gewoon al teveel praten tegen mij kan euh, teveel zijn. Allez eigenlijk is het: LAAT MIJ MET RUST.
Amen!
Oh dit is HEEL herkenbaar dit soort dagen haha. Dan gaat echt alles wat mis kan gaan mis.
Oew hangry, gevaarlijk.
Dat laat ik nooit gebeuren 🙂
Ik moest grinniken om de moraal van dit hele verhaal;).
Daarom is mijn havermoutje eten het allereerste dat ik ’s morgens doe 😊