Fietsen in de regen

Regenfoto door Xianyu hao via Unsplash

Ondertussen alweer een paar donderdagen geleden zijn we vrij impulsief en ook een klein beetje onvoorbereid naar de stad gereden voor een evenement. Niet compleet onvoorbereid, want we hadden water bij en regenjassen. Hoera. Een extra puntje erbij voor op ons volwassenmensenrapport!

Die regenjassen kwamen goed van pas, want er was namelijk storm voorspeld. Ik woon in Oost-Vlaanderen en eigenlijk neem ik zo’n voorspelling altijd met een zak zout. Het is hier nogal vaak van veel geblaat en weinig wol. Er wordt een storm aangekondigd en uiteindelijk vallen er drie regendruppels, waait er een plastic zak door de straat en kun je weer verder met je leven. Ik ging er dan ook vanuit dat het wel een scheet in een fles zou zijn.

En eigenlijk verliep die hele avond ook gewoon perfect. De aanloop was wat moeilijk met een kleuter in een driftbui, maar toen de driftbui voorbij was (dat gaat zo met buien), maakten we goede afspraken. Het evenement zelf was fijn, de vijfjarige was een engeltje doordat hij zich aan de afspraken hield en niemand had iets te klagen. Naar het einde toe begonnen er wat regendruppels te vallen en was de lucht al een tijdje aan het veranderen naar zo’n dreigend grijsblauw dat ons toch deed denken dat we misschien nu gewoon moesten vertrekken. Dus we vertrokken. We snelwandelden naar onze fietsen en ik dacht nog (een beetje naïef misschien) dat we wel relatief droog thuis zouden geraken.

We geraakten niet droog thuis. De hemelsluizen gingen open toen we ongeveer 76 seconden op onze fiets zaten — eerst nog zonder jas, want het was best wel warm. Het was nu niet zozeer een storm zoals in de films waarin auto’s door de lucht vliegen en bomen uit de grond worden gerukt, en er haaien in tornado’s rondslingeren, maar vooral heel veel en heel harde regen. En af en toe mochten we een bliksemflits aanschouwen die de hele lucht even paars deed oplichten, gevolgd door zo’n goeie rommelende donder.

Ik hou eigenlijk wel van onweer. Geef mij een dekentje, een zetel en een raam waarachter het bliksemt en dondert, en ik ben een tevreden mens. Regen tegen de ramen, de lucht die donker wordt, af en toe zo’n gigantische bliksemschicht waarvan je denkt: “Potverdorie, da’s schoon”. Daar kan ik echt gelukkig van worden.

Maar dus niet zozeer als ik er met mijn fiets door moet. Natte kleren vind ik verschrikkelijk. Een natte broek tegen mijn benen is een hel. Regen die via mijn nek naar beneden loopt, want ik heb dan wel een regenjas met een kap, maar door de wind blijft die kap niet op mijn hoofd. En door de regen fietsen met een bril is toch ook een van de minder aangename ervaringen die het leven te bieden heeft. Je ziet geen kloten, maar je moet wel blijven fietsen.

En dan hadden we dus de kleine mee. Een beetje regen vindt hij prima, maar twintig minuten fietsen door een gigantische plensbui is toch een ander verhaal. Ik herinner me nog die keer dat ik met hem in het stoeltje vooraan op mijn fiets naar de opvang reed en hij zo gefrustreerd raakte door de wind in zijn gezicht dat er ook een driftbui volgde. We trokken hem dus een extra regenjas van mijn lief aan, zetten hem bij mijn lief op de fiets en hop, daar gingen we! Twintig minuten naar huis. En… het was leuk?

We werden uiteraard kletsnat. Mijn Birkenstocks waren twee dagen later nog altijd niet droog, wat vervelend was, want ik draag die dingen bijna permanent. Mijn tenen waren nat en modderig, mijn kleren plakten aan mijn lijf en het water spatte bij iedere plas omhoog tot aan mijn billen.

Terwijl ik daar zo aan het fietsen was, gebeurde er iets geks. Ik moest grijnzen. Het was niet zo’n beleefd glimlachje van: “haha, kijk ons hier eens sukkelen”. Nee, nee. Ik zat daar op mijn fiets als een verzopen kieken en ik leek waarschijnlijk loco in mijn coco. Ik was eigenlijk in alle opzichten zo ver verwijderd van comfortabel als maar mogelijk was en toch reed ik expres keihard door de plassen omdat ik mij amuseerde.

Het had er waarschijnlijk mee te maken dat ik me vanaf het begin had neergelegd bij het feit dat ik toch nat ging worden. Als je dat niet doet, ben je voortdurend bezig met proberen niet nat te worden. Je ontwijkt die plassen en je trekt je regenjas nog wat dichter en je probeert je bril enigszins droog te houden en je denkt aan je schoenen en je ergert je aan elke druppel die je in je gezicht voelt plensen.

En dan is het proberen voorbij. Je bent toch al kletsnat, er valt echt niets meer te redden en er valt een soort last van je af. Je moet niet meer proberen droog te blijven; het is toch al om zeep. Je moet gewoon naar huis en als je dan toch plassen op je weg hebt, kan je er evengoed los doorheen rijden.

Er zit iets heel bevrijdends in het moment waarop je stopt met weerstand bieden aan iets waar je toch geen controle over hebt, en dat zorgt ervoor dat het dan toch leuk kan worden (of minder stom).

Een soort van volwassen mens zijn is nogal vaak proberen om alles onder controle te houden. We plannen, anticiperen, nemen een regenjas mee, checken het weer, proberen problemen voor te zijn of op te lossen en vloeken al eens in het proces, want “typisch” en “ja, het kan er ook nog wel bij”. Maar eigenlijk is het geweldig om twintig minuten lang geen fuck te geven en gewoon te fietsen met een kind dat zotenthousiast “WOOOOOOOW” zit te roepen over iedere bliksemflits.

wat denk jij? 💭

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.