Spiegeltje spiegeltje aan de wand

IK WEET DAT HET VOOR MIJN VASTE CLUBJE ONNODIG IS DAT IK DIT ZEG MAAR IK DOE HET TOCH MAAR. DEZE POST IS GESCHREVEN DOOR FIEN EN GAAT OVER DE RELATIE MET ETEN EN GEWICHTSVERLIES. ER STAAN FOTO’S BIJ VAN FIEN DIE MENSEN MISSCHIEN ALS HEFTIG ERVAREN. IK ZOU HET FIJN VINDEN ALS IEDEREEN DIE WIL REAGEREN DIT OP EEN RESPECTVOLLE MANIER DOET. DANK!

••• DOOR FIEN •••

“Wat is er hier toch aan de hand?” Wie kan er deze Clouseau-hit niét mee zingen? Ik hoorde deze (bijna) 20-jaar oude hit onlangs op de radio en zong uiteraard luidkeels mee. Achteraf bedacht ik me dat Koen en Kris niet de enige zijn die hun hoofd over die vraag breken.



Ik wil dees keigraag lezen!

Neen, ik leef niet onder een steen

Neen, ik leef niet onder een steen! Al zou je dat misschien wel denken. Het is véél te lang geleden dat ik even de tijd nam om op mijn gemakje te schrijven. MA-HAAAAR! Dat heb ik nu dus wel gedaan, ein-de-lijk. “Waar was Fien dan toch naartoe?”, dat is wat jullie ongetwijfeld denken. En ik laat jullie niet met die vraag zitten. Als een voorbeeldige gastblogger zal ik jullie in geuren en kleuren uitleggen waar ik mij de laatste maanden mee bezig heb gehouden.

In ’t kort: naast student ben ik nu ook eigenlijk een soort van huisvrouwtje. Huh?! Een huisvrouwtje? Wel ja, moeder maakte een soort van carrièreswitch. Gevolg? Ik nam automatisch (bijna) al haar taken over. Neen, ik ben geen assepoester. Helemaal niet. ’t Is niet dat ze hier thuis tegen mij zeggen: “Doe eens dit!” of “doe eens dat!” Integendeel, het is alsof die huisvrouwrol er bij mij gewoon inzit. Met als gevolg dat ik het ook best wel prettig vind om al die huishoudelijke taken te doen. Prettig?! Ja. Punt. En neen, dat is niet raar. 

Ik moet jullie niet vertellen dat de anderen hier in huis dat redelijk (tot zeer) praktisch vinden. Zij hoeven zich geen zorgen te maken over de was en de plas en kunnen dus de dingen doen die ze graag doen. Ook moeder hoor ik niet klagen. Alhoewel zij soms denkt dat ik mij verplicht voel om al die werkjes te doen. Maar dat is niet het geval. Ik voel mij gewoon ik-weet-nie-hoe-nuttig!

Zal ik het even iets concreter maken en eens vertellen hoe mijn dagen er dan uit zien? 

Bij het krieken van de dag ontwaak ik en spring ik uit mijn bed. Allee ja, springen, ’t is te zeggen… We weten allemaal hoe dat in het echt in zijn werk gaat hé! Ik sta dus op. Ga naar de keuken en smeer daar de boterhammen voor mijn zus (ze is dan misschien al 21, boterhammen smeren doet ze écht niet graag). Ik haal de vaatwasser uit, zet een potje thee, zorg dat de grootste rommel uit het zicht is en ontbijt. Mijn ontbijt gaat trouwens steevast gepaard met het invullen van enkele Zweedse puzzels. Ja, ik ben een negentienjarige journalistieke huisvrouw die verslaafd is aan Zweedse puzzels en dat is oké (of dat hou ik mezelf toch voor).

Bon, na dat zeer belangrijk ochtendritueel bak ik een brood. Niet met kneden enzo: ik voeg water bij het broodbakmeel en zet het masjien in gang. En daarna is het tijd voor mijn ochtendwandeling (in pyjama). Ik vind het ontzettend belangrijk dat ik ’s ochtends de benen even strek aangezien ik de rest van de dag zo vaak achter mijn bureau zit. Daar rek ik dan ook wel gemakkelijk een uurtje voor uit.

Op dinsdag zet ik meteen na mijn tochtje de vuilniszakken buiten. Ik weet eigenlijk wel dat vader dat ook wel zou doen, maar soms wil ik hem de stank gewoon besparen. Aangezien ik dan toch al enkele uren wakker ben, kan ik die geur wat beter verdragen. Is het geen dinsdag, dan zorg ik ervoor dat mijn zus op tijd uit haar bed komt. 

En dan is het hoog tijd dat ik mezelf fatsoeneer zodat ik op een presentabele manier de online les kan volgen. Na een halve dag les is het tijd voor een korte hectische lunchpauze van hooguit één uurtje. In dat uurtje eet ik, laad ik de vaatwasser in, schil ik de patatten, kuis ik de groenten (ik bereid dus het avondeten voor) en als ik dan nog wat tijd heb, vouw ik de was op. Dan kan ik weer in alle rust de rol van student op mij nemen. 

Het hangt van moeders uurrooster af of ik ’s avonds kook of niet. Allee koken, alles is dan wel al voorbereid en moet dus eigenlijk nog gewoon warmgemaakt worden. Maar jullie snappen ongetwijfeld wat ik bedoel! Tijdens het koken door (zowel als moeder thuis is als wanneer ze nog aan het werk is) doe ik dan ook nog kleine opruimingswerkjes. 

En that’s it! Natuurlijk wordt er na het avondeten ook nog opgeruimd, dat spreekt voor zich. Maar zo zien mijn dagen er uit. Er zijn uiteraard dagen dat ik niet zoveel doe en dagen waarop ik wat meer doe, dat hangt natuurlijk van allerlei factoren af. Maar dit verloop is redelijk representatief.

Ik kan mij goed voorstellen dat velen mij zien als een soort van uitslover en misschien ben ik dat wel op een of andere manier. Maar ik word er blij van. Als ik dan zie hoe opgelucht moeder is dat ze zelf niet aan alles moet beginnen of de berichtjes die ik krijg van mijn zus met daarin de boodschap dat haar bokes heel lekker zijn… Het zijn die kleine dingen waar ik dan oprecht content van word en is dat niet het belangrijkste?

Langs de andere kant hoef ik jullie er ook niet op te wijzen dat het dus écht wel druk is momenteel. De combinatie van student en huisvrouwtje is misschien niet altijd evident. Zeker niet als er een heleboel schoolopdrachten bijkomen. Zo moest ik onlangs iemand gaan interviewen, een grondige research doen, foto’s nemen, videomontages maken… Allemaal super leuk en plezant, maar het neemt natuurlijk tijd en energie in beslag. 

Ik ben dan ook echt een wandelend cliché geworden. Hoezo, een wandelend cliché? Wel, dit weekend bijvoorbeeld is een uitstekend voorbeeld. Na twee drukke dagen (ik maakte zelf pasta, enkele sauzen, vouwde oma’s onderbroeken op, ging een gsm halen voor vader, vergezelde mijn zussen tijdens hun sportchallenge, werkte voor school…) was ik zo moe dat ik op zondag om 16 uur in een heet bad lag te weken. Inclusief gezichtsmasker én tijdschriften. Zulke momenten heb ik nodig tegenwoordig. Ik merk ook dat ik het steeds belangrijker vind om eens aan mezelf te denken en een rustmoment in te lassen. Al vind ik dat daarom niet persé gemakkelijk, ik moet mezelf er wat meer attent op maken, vrees ik.

Conclusie? Ik vind het bijzonder fijn om voortdurend bezig te zijn en mijn handen uit de mouwen te steken. De dagelijkse sleur waar men het vaak over heeft, lijkt mij niet zo erg (dat kan natuurlijk ook veranderen). Mogelijks ben ik één van de weinigen die er zo over denkt. Is dat erg? Maakt dat van mij een raar geval? Misschien wel, misschien ben ik wel een raar geval. Raar geval of niet, het maakt mij niet uit. Het is allemaal dik oké!