Mind

Iets over (mijn) angsten.

Eind vorig jaar las ik het boek Asem van Leen Dendievel uit. Het is een heel fijn boek over angsten en paniek en nadat ik het had gelezen besloot ik dat ik zelf ook iets wou schrijven over mijn angsten maar – nu komt ie hoor – ik durfde niet. Nu we bijna een jaar verder zijn, ga ik toch de uitdaging aan.



Read More

Soms zorg ik niet goed voor mezelf.

Ik heb zo van die dagen, of nee, eerder weken dat ik niet goed voor mezelf zorg. Ik ben me er op die momenten ook zelf altijd heel goed van bewust dat ik ‘niet goed’ bezig ben. Ik weet het, ik wil het aanpakken maar het lukt niet altijd.

Als ik nadenk over de mogelijke redenen waarom ik ineens niet meer goed voor mezelf zorg, vind ik het moeilijk om die te vinden. Ik denk dat de grootste factor een gebrek aan zelfvertrouwen is. Maar waar dat dan weer door komt… Vaak zijn het kleine dingen die mijn zelfvertrouwen een knauw geven. En onbewust zorgt mijn gebrek aan zelfvertrouwen er voor dat ik er allemaal geen zin meer in heb. Ik laat alles versloffen. En dat zorgt er dan weer voor dat ik slechter in mijn vel zit en nog minder zelfvertrouwen heb en alez, je kent het wel, in een vicieuze cirkel terecht kom.

Hoe weet ik dat ik niet goed voor mezelf aan het zorgen ben?

Er zijn een paar dingen waaraan ik instant kan merken dat ik niet goed bezig ben.

+ Ik ga laat slapen. Of ja, laat is het vaak nog niet, maar wel te laat voor mij. Ik heb toch wel 8 à 9 uur slaap nodig om me ’s morgens goed uitgerust te voelen. Dat betekent dat ik eigenlijk om 22u in bed zou moeten liggen en dus graag om 21.30u aan mijn avondritueel wil beginnen.
+ Ik zit te veel met mijn ogen aan mijn schermpjes gekluisterd. Ik ga letterlijk van het ene naar het andere scherm: van mijn pc op’t werk naar mijn gsm onderweg, thuis de tv, na het eten m’n tablet of de pc, in bed mijn gsm.
+ Ik doe alles op automatische piloot. Douchen, tanden poetsen, eten, …
+ Ik vind het moeilijk om ’s morgens op te staan.
+ Ik eet ongezond of te veel.
+ Ik ga niet elke dag wandelen.
+ Ik lees minder.
+ Alles voelt als een moetje. Poetsen, koken, naar mijn werk gaan, aankleden, douchen.
+ Ik stel dingen uit die ik eigenlijk evengoed meteen zou kunnen doen.
+ Ik heb nergens zin in en wil alleen maar in m’n eentje thuis zitten. Nu zit ik meestal wel liefst in mijn eentje thuis maar laten we zeggen dat ik toch een verschil merk 😉
+ Ik ben sneller geïrriteerd. Ik kan minder goed dingen verdragen. De honden die lawaai maken door het spelen, honderdeneen berichten in Whatsapp of Messenger, dat er niets op tv is, het weer, te veel vliegen, te veel haar op de grond, …
+ Ik voel me vaak neerslachtig.
+ Ons huis is een rommel.

Laat ik maar even eerlijk zijn: ik zit nu in zo’n periode. Het is alsof ik het yoga’en alweer vergeten ben en ik niet meer weet hoe ik gezonde keuzes moet maken. Ik kan mezelf er niet toe zetten om direct op te staan als de wekker gaat en ik lig ’s avonds in bed nog een spelletje te spelen op m’n telefoon. En wat ik misschien nog het ‘ergste’ vind: ik besteed niet de aandacht aan mijn blog die ik er eigenlijk aan wil geven. Ik weet gelukkig wel dat het een periode is en dat het ook weer voorbij gaat. Soms heb ik zin om echt iets te veranderen, soms denk ik iets als ach, het gaat wel weer over en wentel ik me een beetje in zelfmedelijden. Soort van.

Voor mezelf zorgen is een kwestie van lichamelijke dingen doen en een fijne plek vinden in mijn hoofd. Het een helpt mee met het ander en door er nu iets over te schrijven, heb ik alleszins wel echt zin om het roer weer wat om te gooien.

Heb jij hier soms ook last van?

Nog even een andere mededeling! Vandaag is de laatste dag dat je kan meedoen aan mijn winactie waarbij je 24 rollen toiletpapier kan winnen!

‘En? Wanneer beginnen jullie aan kindjes?’

Een paar weekends geleden mochten vriendlief en ik bij mijn schoonzus eten voor onze verjaardagen. Het was een geweldige avond met lekker eten en lieve cadeautjes en fijne gesprekken. Zoals dat dan tegenwoordig gaat komt de vraag elke keer weleens: ‘En? Wanneer beginnen jullie aan kindjes?’. Goed bedoeld natuurlijk maar ik krijg er toch vaak de kriebels van.


Photo by Nynne Schrøder on Unsplash

Wil ik kinderen?

Ik vind het oprecht heel moeilijk om deze vraag te beantwoorden. Jonge Irene was altijd 100% overtuigd van die kinderwens maar toen ik net samen was met David, sloeg dat om. Ik had absoluut geen zin in kinderen en dacht dat we er nooit aan zouden beginnen. Ik weet niet of ik dat toen ooit serieus aan mensen gezegd heb. Wel eens zogezegd als mopje waarop iedereen dan half gechoqueerd reageert. Wacht maar tot je ouder bent!

Ik ben ouder. Ik ben 28 nu en ik heb het gevoel dat als ik ooit kinderen wil, het nu wel hét moment is om daar aan te beginnen. Heel veel langer moet ik niet meer wachten. In de praktijk heb ik alsnog wel een aantal jaren maar ik moet toegeven dat ik soms enorme druk voel qua timing. Daarbij verwacht iedereen ook dat wij gewoon kinderen gaan krijgen. In september dit jaar zijn we 9 jaar samen dus ik snap ook dat mensen er standaard van uit gaan dat ik binnen dit en een jaar of twee met een bolle buik en een baby in m’n arm loop.

Het is echter zo dat mijn gevoelens over baby’s krijgen met de dag veranderen. Het ene moment voel ik bij wijze van spreke mijn biologische klok heel luid tikken, een paar dagen later ben ik er 876545% van overtuigd dat ik geen kinderen wil.

Waarom twijfel ik zo?

Ik heb er al heel wat over zitten nadenken waarom ik op dit gebied zo’n twijfelkont ben en er zijn toch wel een paar redenen die ik kan bedenken.

Ik vind het allereerst echt een mega grote beslissing. Oké, de meerderheid van de mensen en de maatschappij vinden het normaal om kinderen te krijgen en als je er geen wilt, wordt dat serieus in vraag gesteld. Ik vind het net omgekeerd veel logischer. Waarom wil je kinderen? Kan je die verantwoordelijkheid wel aan? Dat is toch niet van de poes he denk ik? Daarnaast ben ik ergens ook heel erg bang dat wat ik met mijn lief heb, gaat veranderen. Dat we geen tijd meer zullen hebben voor elkaar, dat we uiteindelijk uit elkaar groeien en in een lege relatie zitten. Verder heb ik een enorme angst voor bevallen. Ik hoor vaak dat ‘je alles wel vergeet als die baby er eenmaal is’ of ‘dat het dat allemaal waard is’ maar ik weet het niet hoor. Het idee dat ik een kind uit mijn lijf moet persen schrikt me zo hard af dat ik dan maar gewoon niet zwanger wil worden.


Photo by Nynne Schrøder on Unsplash

En wat ik misschien nog wel het belangrijkste vind: ik vraag me af of ik wel aan zal kunnen. Niet per se het zorgen voor een kindje op zich (dat moet lukken) maar eerder mentaal. Kan ik al die prikkels wel verdragen? Als ik de kindjes van mijn schoonzus zie en hoor denk ik tegelijk: wauw en oh shit. Zo’n kabaal, zoveel energie, zoveel gedoe. Pf. Hoedje af voor al die mama’s hoor!

Wat ook nog meespeelt is dat we nog heel graag ons huis willen verbouwen en als ik ooit kinderen krijg, zie ik niet in hoe ik dat kan combineren zonder er helemaal gek van te worden.

Dus toch geen kinderen dan?

Een tijdje geleden zaten David en ik er over na te denken en kwamen we tot de conclusie dat een baby adopteren óók een optie is. Een optie waar ik de laatste tijd steeds meer voor open ga staan. Het lijkt me zo bijzonder om een kindje dat al op deze wereld is maar geen warm nestje heeft, een liefdevolle thuis te geven. Maar ook hier komen al mijn zorgen -minus het bevallen dan- weer naar boven.

Dus ja, ik weet het niet. Ik probeer mezelf er in te kalmeren. Dat het oké is dat ik het niet weet. Dat het oké is als ik een kind krijg maar pas binnen vijf jaar. Dat het oké is als ik ook dan nog twijfel. En dat het oké is als ik er toch geen krijg. Maar toch voel ik ergens dat ik nu moet beslissen.

Hoe sta jij tegenover kindjes krijgen?

https://tussenmarsenjupiter.be/wp-content/uploads/2019/05/En-wanneer-beginnen-jullie-aan-kindjes_.png

Hooggevoelig zijn. En hoe ik daar mee om ga.

Ik vind het toch nog best een ding om te schrijven dat ik hooggevoelig ben. Dat voelt gelijk als zo’n label en ik plak niet graag labels eigenlijk. Ik zeg vaak gewoon dat ik snel overprikkeld bent. Dat klinkt op de een of andere manier minder aanstellerig ofzo? Ja ik weet. Het is niet goed dat ik dat zeg want hooggevoelig zijn is zeker geen aanstellen. Maar ik heb vaak het gevoel dat mensen er wel zo over denken.

Anyway, daar gaat het niet om. Ik ben dus snel overprikkeld. Ik heb een gevoelig zieltje. En een gevoelig vel. En ook gevoelige oren. Alles komt naar mijn idee 542 keer harder binnen dan het bij andere mensen doet. Ik zit tijdens de lunch op mijn werk – in een ruimte zonder daglicht – liefst in het schemerdonker. Ik word letterlijk horendol als ik na een vroege shift de bus naar huis neem. Zo rond 15.30u. Allemaal schoolkinderen. Heel luidruchtige schoolkinderen. Idem op de trein waar de speakers soms veel te hard staan en de conducteur maar dingen blijft omroepen. Eerst in’t Nederlands. Dan in’t Frans. En dan nog eens kort samengevat in beide talen. Dude, zwijgt gewoon oké? Feestjes? Horror. Vaak ook leuk hoor. Maar ook een beetje horror. Aleja, je snapt het. Heel lastig soms. Maar ik heb ondertussen ook een paar hulpmiddeltjes in huis en trucjes gevonden om daar mee om te gaan. Klinkt als een enge ziekte waar ik moet mee leren omgaan, maar dat is het niet hé.

Hoe ga ik daar mee om?

Slaap is heilig. Ik heb dat al een paar keer vermeld op mijn blog denk ik, maar slaap is echt heilig voor mij. Als ik niet genoeg slaap, raak ik niet goed uit mijn bed. Maar zelfs als ik wel goed uit mijn bed geraak, is het echt absoluut noodzakelijk dat ik minstens 7 uur geslapen heb. Anders ben ik chagrijnig en prikkelbaar en werkt alles op mijn systeem. Maar het is voor mezelf natuurlijk ook veel fijner om genoeg geslapen te hebben. Ik zit op dat gebied zelfs meer met mezelf in dan met mijn medemensen. Sorry not sorry 😉 . Als ik genoeg geslapen heb, kan ik alles beter aan.

Noise cancelling oortjes zijn een lifesaver. Sinds kort heb ik oortjes met ANC. Active Noise Cancelling is dat. Nu zijn oortjes nog lang niet zo effectief als zo’n volledige koptelefoon, maar it does the trick voor nu. Op de bus, op de trein, geen last meer van dat constante achtergrondgeluid. Heel harde geluiden komen er nog wel door maar daar kan ik mee leven. Ik zou het ook een beetje eng vinden als het geluid volledig weg zou zijn.

Negeer berichten- en mailapps. En meldingen. Ideaal is natuurlijk om die niet op je telefoon te hebben, maar kom, ook ik heb Messenger en WhatsApp en Hangouts en Gmail en Outlook staan. Behalve WhatsApp staan die allemaal in 1 mapje en staan de meldingen uit. HEMELS. Alleen WhatsApp heb ik aan staan omdat ik dat gebruik nu in plaats van smsjes. En ik zet eigenlijk gewoon alle meldingen uit. Instagram, Facebook, Pinterest (ook al kreeg ik regelmatig kleine boodschapjes om me er aan te herinneren dat ik goeie smaak heb. Thanks Pinterest!), mijn weer app, …

Over Facebook gesproken. Dat staat dus weer op mijn telefoon omdat ik een paar dingen moest delen in een groep. Ik doe ook nog mee met een boekenswap van Kwante maar zodra die voorbij is, ga ik definitief van Facebook af. Ik vind het eigenlijk een hel. Elke keer ik het open, al die meldingen. Brr. Ik haal er geen energie uit dus weg er mee. Nog een paar maanden ‘afzien’ 😉

Eerst goed voor mezelf zorgen. Daarna pas voor anderen zorgen.

Dingen niet te persoonlijk nemen. Ik ben niet verantwoordelijk voor hoe iemand reageert. Als mensen boos zijn, is dat niet mijn schuld. Ik krijg heel vaak leuke mensen aan de lijn op’t werk maar af en toe ook knorpotten. Dat ligt niet aan mij.

Lijstjes maken. Ik krijg heel snel een opgejaagd gevoel als ik allemaal dingen in mijn hoofd heb zitten. Ten eerste omdat dat vaak gewoon te veel is en er veel relatief onbelangrijke dingen bij zitten. En ten tweede omdat ik dat gewoon nooit allemaal kan onthouden. Dat zorgt dan voor stress dat ik die dingen vergeet. En dus een opgejaagd gevoel. En daar word ik dan weer prikkelbaar van.

Denken in energie. Ik vermeldde deze tip al eens in mijn stukje met tips om je grenzen te helpen bewaken. Ik pas hem nog altijd toe! Idealiter plan ik maar 1 echte activiteit in die meer van me verlangt dan gewoon aanwezig zijn. Maar als ik dan denk in energie, hangt het er gewoon van af wat ik precies wil doen. Zo kan ik perfect uiteten gaan met mijn ouders en de dag erna met 1 vriendin afspreken. Uiteten met mijn hele familie en de dag erna naar een drukke bedoening is dan weer te veel van het goeie. Nieuwjaarsfeest op’t werk? Daar doe ik gewoon niet aan mee. Met z’n allen naar de kerstmarkt? Ook liever niet. Met een collega of vier lunchen in onze keuken? Graag!

Rust inplannen. Als ik dan al eens iets druks ga doen, dan zorg ik dat ik daarna genoeg ontprikkeltijd heb.

Nieuws / geweld bannen. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik letterlijk misselijk word van geweld. Ik kan het niet zien, ik wil het niet horen en ik wil er niet aan denken. Met films heb ik het ook maar daar kan ik wat meer verdragen. Zo lang het niet heel gedetailleerd in beeld komt is het oké. Ik weet nog dat ik als kind eens iets heel naars op het nieuws zag en daar soms nog altijd aan denk. Dat houdt mij letterlijk uit mijn slaap.

Alleentijd. Ondanks dat ik héél graag zoveel mogelijk tijd met David doorbreng, heb ik ook nood aan alleentijd. Dan ga ik bijvoorbeeld om 19.30u uitgebreid douchen waarna ik in bed ga liggen lezen terwijl meneertje beneden televisie kijkt.

Niet te veel zoetigheid. Hier moet ik nog wat in leren maar als ik veel zoet eet, voelt mijn lijf niet goed. Ik krijg buikpijn, hoofdpijn en alles is moeilijk. Ik eet héél graag zoet dus het is elke dag afwegen. En ja, soms is dat een grens die ik overschrijd. Vaak bewust. En dan denk ik: ‘Ik moet beter voor mezelf zorgen’.

Opgeruimd huis = opgeruimd hoofd. Ik kan het werkelijk niet verdragen als er rommel in huis ligt. Zelfs als ik het niet zie, weet ik dat het er is. Het is een doorn in mijn oog. Het moet weg. Ik ben ook niet zo’n held in huishoudelijke klussen dus ja, dat opruimen schuif ik soms ook op de lange baan om dan na een week intens opgelucht en kalm te zijn als alles terug netjes is.

Comfort boven alles. Vroeger durfde ik al eens een mooi paar schoenen kopen die alles behalve comfy waren. Maar wel mooi. Nu niet meer. Het moet comfy zijn of ik draag het niet. Ik zou nog liever bloot lopen dan … nee sorry, das ook niet waar. Maar je snapt het. Ik wil alleen kleren waar ik me 100% op mijn gemak in voel.

Et voila. Dat was weer een hele lap tekst maar ik wil toch nog iets extra melden. Het is ook héél fijn om hooggevoelig te zijn. Het is niet allemaal kommer en kwijl (hahahahaha, no worries, er komt geen kwijl bij kijken) kwel. Het is ook heel leuk en bijzonder. Maar dat komt een volgende keer aan bod 😉

Ben jij hooggevoelig?

Wat ik leerde uit Hoe word je alles?

BOODSCHAP VAN ALGEMEEN NUT: dit is een vrij lange post geworden 😉

Een tijdje geleden las ik Hoe word je alles? van Emilie Wapnick uit. Toen ik de ondertitel las; ‘voor mensen die (nog steeds) niet weten wat ze willen worden’, wist ik al meteen dat het een boek voor mij zou zijn. CHECK! Ook in dit boek heb ik weer heel veel dingen gemarkeerd en daarom leek het me leuk om er een volledige blogpost aan te wijden.

Allereerst moet ik misschien een beetje meer uitleg geven over de opzet van het boek. Het boek gaat over multipotentialisme. Emilie biedt een aantal alternatieven aan voor dat woord, zoals bijvoorbeeld puttylike (tevens de naam van haar website), veelweter, generalist, scanner, renaissancemens, duizendpoot. Multipotentialist is een ingewikkeld klinkend woord om aan te duiden dat je iemand bent die veel uiteenlopende interesses heeft. Je hebt niet één roeping maar je bent iemand die meerdere projecten * wil opstarten.

Het boek maakt eigenlijk goed duidelijk waarom zoveel mensen worstelen in onze maatschappij die vooral gefocust is op die ene passie die je wel moet hebben wil je een succesvolle job doen / leven leiden. Onze maatschappij is gericht op specialisten. Niet op mensen die veel uiteenlopende interesses hebben en veel verschillende projecten opstarten. Als je een multipotentialist bent, wordt je vaak aanzien als iemand die dus niet weet wat ie wil en misschien zelfs wel als iemand die maar wat aanmoddert omdat je dus niet 1 duidelijk afgebakend doel hebt.

*Ik ga een paar keer het woord projecten gebruiken maar dit houdt daarom niet letterlijk een project in. Het kan je werk zijn, je hobby, je andere interesses. Dus het is niet per se een echt project zoals we dat gewoon zijn zeg maar 😉

De dingen die ik leerde uit Hoe word je alles?

Het is niet erg om niet 1 passie te hebben.
Het is oké om niet te weten wat je wilt.
Je bent niet de enige die hiermee worstelt.

Toen ik eind 2017 zo slecht in mijn vel zat en op zoek wou naar een nieuwe job, had ik heel erg het gevoel dat mijn volgende job dé job moest zijn. Iets waar ik mijn passie in kwijt kon, een job waar ik voor de rest van mijn leven kon blijven. Buiten het feit dat sommige mensen die ook effectief tegen me zeiden, voelde ik vanuit ‘de maatschappij’ ook wel wat druk. Hoezo weet je niet wat je wil worden?

Eerlijk gezegd snap ik nog altijd niet dat er zo erg gefocust wordt op onze roeping. Alsof iedereen een roeping heeft en je raar bent als jij dat niet hebt. Oké, dan ben ik maar raar. Maar door het boek weet ik nu dat eigenlijk de meerderheid van de mensen in hetzelfde schuitje zit. Het is oké als je geen roeping hebt en daardoor niet zo goed weet welke job je zou willen doen. Je bent niet alleen. ’t Is oké. Echt waar.

De maatschappij legt ons te veel druk op.

No surprise there. We worden om onze oren gesmeten met succesverhalen van mensen die hun droomjob vonden. Specialisten. En liefst ook nog mensen die al van heel jong wisten dat die job voor hen dé job is. Zoals een dokter of juf die al van kinds af aan zeggen dat ze dokter of juf willen worden. Ik was daar heel jaloers op. Ik wou dat ik het ook gewoon wist. Dat wil ik worden. Maar ‘helaas’ is dat bij mij niet het geval. Ik heb super veel interesses en zou gerust heel veel verschillende jobs kunnen doen.

Zoek een manier van werken die bij je past. Het Einstein werkmodel is perfect voor mij.

Emilie beschrijft in haar boek verschillende werkmodellen die je zo kan volgen of natuurlijk kan aanpassen aan je situatie.
Zo heb je het schuinestreepmodel waarbij je twee of meer parttime banen combineert, het smeltkroesmodel waarbij je al je interesses in 1 job kunt combineren doordat je een heel veelzijdige job hebt en het feniksmodel waarbij je een aantal maanden of jaren focust op 1 domein en daarna overstapt naar een nieuwe carrière. Maar dan heb je ook mensen, zoals ik, die een job doen die leuk is, waar ze wel voldoening uit kunnen halen maar die ook veel ruimte laat om daarnaast nog projecten op te starten. Ik vind stabiliteit heel waardevol. Ik doe mijn werk heel graag maar het betekent niet alles voor me. Ik heb veel interesses en doe veel dingen voor de lol. Mijn werkmodel heet het Einsteinmodel.

Er zijn drie criteria waar mijn baan aan ‘moet’ voldoen (volgens het Einsteinmodel dan).

  1. De baan moet leuk zijn en liefst een beetje uitdagend op een terrein waar je oprecht in geïnteresseerd bent.
  2. Je moet er voldoende mee verdienen om je financiële doelen te kunnen halen.
  3. Je moet voldoende vrije tijd en energie overhouden om je andere interesses naast je werk te kunnen doen.

En ik kan me hier echt enorm in vinden! Daarom zit ik bij mijn huidige job ook zo op mijn plek. Ik vind het leuk, ik doe het graag, het geeft me wat uitdaging en ik kan me ontwikkelen in iets wat me erg interesseert. Ik krijg er een mooi loon voor en ik heb nog genoeg vrije tijd over voor mijn hobby’s.

Keuzes zijn als klei.

De keuzes die je maakt zijn bijna nooit permanent of onomkeerbaar. We staren ons snel blind op de keuzes die we maken omdat we het gevoel hebben dat onze keuze alle andere mogelijkheden uitsluit. Kiezen beperkt inderdaad je opties maar helemaal niet zo erg als we altijd denken. Onze keuzes kunnen veranderen op het moment dat we ze maken, we kunnen meerdere dingen tegelijk kiezen en als we onze interesse verliezen in iets, dan is dat omdat we hebben gevonden waarvoor we kwamen. Dan kan je weer ruimte maken in je leven voor nieuwe keuzes, passies en avonturen.

We moeten kiezen niet zo serieus nemen want niet kiezen is ook kiezen (eigenlijk een van mijn motto’s zelfs!) en dat heeft vaak nog meer gevolgen dan gewoon beslissen. Als je een project overweegt, moet je het niet proberen zien als een mega verantwoordelijkheid maar eerder als een verkenning, als iets wat je gaat uitproberen. Het is geen bindend iets.

Weet wanneer je moet ophouden.

Als je je baan opzegt, wordt je vaak aanzien voor iemand die het opgeeft als het wat moeilijk wordt, maar eigenlijk klopt dat niet. Een multipotentialist zal niet stoppen als het een beetje tegenzit. Meestal vertrekken ze omdat iets te makkelijk is geworden of omdat ze iets nieuws willen gaan verkennen. Voor de buitenwereld ziet het er uit als opgeven maar voor jou is het project gewoon afgelopen. Een multipotentialist stopt als hij er uit heeft gehaald waar hij voor kwam. Je voelt eigenlijk best goed vanzelf aan als je tijd gekomen is. Streep eronder.

Als je je interesse in iets verliest, moet je altijd de mogelijkheid overwegen dat je hebt gekregen waarvoor je kwam; je hebt je missie geklaard […] Daarom verflauwt je belangstelling: niet omdat je zwak of lui bent of je niet kunt focussen, maar omdat je klaar bent.

Effectief zijn is beter dan de beste zijn.

Is je baas tevreden met je werk? Zijn je klanten tevreden met je werk? Wel, dan heb je het goed gedaan! Het gaat er om iets waardevols te leveren, niet om de beste te zijn in je vakgebied. Maak je niet te veel zorgen om wat anderen doen en focus je op jezelf. Doe je best, dan doe je genoeg. Er zijn altijd mensen die het beter doen en er zijn altijd mensen die het slechter doen. Als het je doel is om alleen maar de beste te zijn, zorg je voor een sfeer waarin je jezelf constant vergelijkt met anderen en beoordeelt.

Het bedriegerssyndroom is echt een ding.

En ik heb er dus soms ook last van. Het bedriegerssyndroom is de overtuiging dat je eigenlijk een bedrieger bent, dat je bijvoorbeeld niet thuis hoort op je werk en dat iedereen dat op een goeie dag zal opmerken. ‘Wat als ik een grote nepper ben?’ ‘Iedereen zal merken dat ik niet zo slim ben en dat al mijn ideeën nergens op slaan!’.

Emilie leerde me dat als je een echte bedrieger zou zijn, je je hier niet druk om zou maken. Bedriegers zijn leugenaars die opzettelijk mensen misleiden en daar dan van profiteren. Jij probeert alleen je werk goed te doen.

Je bent deskundig tot iemand het tegendeel beweert.

Deze hielp mij enorm om me geen bedrieger te voelen.

Er is geen nationale keuringsdienst voor deskundigen, die diploma’s uitreikt aan ware meesters en amateurs aan de kaak stelt. De meeste werkgevers en klanten zoeken naar mensen die hun specifieke probleem begrijpen en oplossingen kunnen aanreiken. Als je jezelf met zelfvertrouwen presenteert en je vaardigheden koppelt aan concrete resultaten, zullen de juiste mensen met je willen samenwerken.

Ik kan nog vrij lang doorgaan en ik zou hier ook evengoed gewoon het hele boek kunnen in plakken want het was een grote eyeopener voor me. Als je zelf ooit hebt geworsteld met het idee dat je niet weet wat je wil worden, lees dit boek! Naast dat Emilie veel inzichten biedt, schrijft ze ook heel fijn. Het boek is heel gestructureerd en aan het einde van de hoofdstukken vind je vaak een lijstje met de belangrijkste punten. Dat vind ik zelf altijd wel handig. Wat ik verder ook nog nuttig vind is dat Emilie op het einde van het boek ook handvaten meegeeft die je kunnen helpen als mensen je vragen stellen over je ‘roeping’ of wat je doet voor de kost.

Verbloem het aparte niet; onderstreep het.

1 2 3 4 6