tussenmarsenjupiter

Posts by this author:

Day Zero Project | Update 14

Deze maand kan ik maar drie puntjes aanvullen. Niet vet maar we doen het er maar mee. Ik vergeet ook altijd dat ik dit project heb lopen. Op het einde van elke maand open ik mijn pagina met doelen om dan te bedenken welke ik volgende maand wil afstrepen om het dan toch weer te vergeten. Haha.

019. Elke maand een willekeurige Wikipedia pagina openen en iets nieuws leren (14/33).

Deze maand ging mijn Wikipediapagina over een votiefschip. Daar had ik dus nog nooit van gehoord maar het is dus een scheepsmodel dat zich in een kerk bevindt. Het komt blijkbaar vooral voor in Scandinavië.

070. Kijk 50 films die ik nog niet gezien heb (29/50).

Deze maand keek ik drie films die ik nog niet eerder zag!

Baywatch. Maar dan de nieuwe versie met Zac Efron. Geen hoogstaande film natuurlijk maar wel eens vermakelijk.
Bird box. Deze wou ik al een hele tijd zien maar ik besloot eerst het boek te lezen zodat ik een goede inschatting zou kunnen maken van de engheid. Ik vond het boek uiteindelijk honderd keer spannender dan de film. Ik vond de film af en toe zelfs een beetje saai.
Keeping up with the Joneses. Ook gewoon een vermakelijke film. Vond hem met momenten best grappig. Ik vind Zach Galifianakis en Isla Fisher wel twee heel toffe acteurs!

H. 20 Verschillende vegetarische vleesvervangers testen (8/20)

Ik heb helaas geen foto’s deze keer maar ik probeerde wel drie nieuwe vleesvervangers!

We hadden hier twee weken geleden een etentje met frituurhapjes enal en voor mij en mijn schoonzus kocht ik van die vegetarische hapjes uit de koeling in de Aldi. Die waren echt héél lekker! Beter dan ik had verwacht. Daarnaast at ik met David vorige week een groentenburger maar een exemplaar zoals ik ze nog nooit at. De burger bestond namelijk uit puree denk ik met daarin echt stukjes groenten (erwtjes, broccoli, wortel) en daar rond een krokant korstje. Heel lekker ook! We haalden ze van bij de Bon’Ap uit de vriezer. En ik probeerde ook uit de koeling in de Aldi falafelballetjes. Ook heel lekker!

Ik ben blij dat alle vleesvervangers die ik tot nu probeerde me zo goed bevallen! Dat geeft me toch al wat keuze om eens af te wisselen.

Volg:

Dagboekje van week 13.

Maandag 25 maart.

De maandag begon zoals zoveel maandagen tijdens een late shift: met een ochtendwandelingetje met de doggies en vriendlief natuurlijk. Ik nam voor het eerst sinds ik bij mijn huidige werkgever werk een fysiek boek mee op de trein. En dan nog een klepper ook: Stalker van Lars Kepler. Ik wil het boek deze week uitlezen en dat lukt me niet door alleen maar ‘s avonds een paar hoofdstukken te lezen.

Daarnaast loop ik nu ook al drie dagen met twee telefoons rond omdat mijn abonnement elk moment kan over gezet worden naar mijn nieuwe telefoon. Mijn sjakos is op dit moment dus vooral een verzameling van allerlei soorten kabels en oortjes. Maar ik klaag niet want dit is wel echt een luxeprobleem hé.

David had deze avond trouwens zelf, from scratch, lasagne gemaakt. Nu bedoel ik daar dus niet mee dat hij niet kan koken ofzo maar ik had me absoluut niet aan een zelfgemaakte lasagne verwacht aangezien hij meer een AVG-man is. Het smaakte me echt enorm!

Dinsdag 26 maart.

Nog niet veel boeiends te melden hier. We deden weer een ochtendwandeling, ik mocht op mijn werk voor het eerst mailen (leuk!) en we aten ‘s avonds opnieuw van de lasagne van gisteren. We hingen ‘s avonds vooral in de zetel met mini Moose er bij en gingen eens extra vroeg slapen. We zouden normaal weer schermpjesvrije avond doen maar we vergaten het. Haha.

Woensdag 27 maart.

Ik startte de dag een beetje ongelukkig met een val in de trein. Als in ik viel letterlijk van buiten naar binnen de trein in omdat ik sjoempelde over mijn eigen voeten. Haha. Het zag er waarschijnlijk heel belachelijk uit en zo voelde ik me ook. Toen ik daar dus half op de grond en half op het trapje hing, passeerde er een vrouw die nog van de trein moest die me gewoon straal negeerde. Misschien dacht ze dat ik een junk was ofzo? Haha. Vond het alleszins niet heel vriendelijk van haar. Maar er zijn geen dingen gebroken, ik ben alleen een blauwe plek rijker.

De dag vloog trouwens echt voorbij! Ik had teamvergadering tijdens het eerste deel van mijn shift en daarna was het heel rustig op’t werk waardoor ik wat dingen kon nalezen. Toen ik om 19u naar huis mocht was het ook nog niet eens volledig donker (yes!!!). Had helaas wel last van mijn buik. Denk dat mijn ananas me wat misvallen was. Tempocol to the rescue. Das echt een lifesaver!

Donderdag 28 maart.

Ik besefte ineens dat ik volgende week al jarig ben. HOE SNEL IS HET INEENS GEGAAN?! 😮 Het voelt totaal niet alsof ik bijna jarig ben. Heel gek. Vandaag niet weer veel bijzonders. Ik oefende met Moose nog wat pootje geven en fotografeerde de ondergaande zon van op mijn werk.

Vrijdag 29 maart.

Ik begon de dag weer met een domper. Ik stootte keihard mijn kleine teen tegen de deur van onze slaapkamer. Ik heb echt geen flauw idee hoe ik dat kan voorhebben maar kom, het deed zeer. Dat zo’n klein ding zoveel mijn kan doen… Zonder schoenen viel het na twee uur wel mee maar ik moest natuurlijk ook naar mijn werk dus schoenen aan en weer efkes afzien. On the bright side, ik haalde mijn doel om Lazarus uit te lezen. Woehoew! Echt een aanrader als je van thrillers houdt. ZO SPANNEND!

Zaterdag 30 maart.

Amaaaai zo’n zalige dag vandaag! We begonnen hem wel wat moe omdat we deze nacht werden opgeschrikt van een paar idioten die heel hard op de deur en het raam bonsden. Dat was rond 2.30u denk ik. Ik was vrij pissig maar ja, veel kon ik er ook niet aan veranderen helaas. Het duurde ook een eeuwigheid voor we terug in slaap vielen en we moesten vrij vroeg op. In de voormiddag reden we met Moose naar de dierenarts voor zijn sterilisatie en hij moest ook twee tandjes laten trekken. We passeerden eens bij mijn ouders en trokken dan weer naar huis waar David bijna de hele namiddag in de tuin werkte terwijl ik een boek las 😀

Ik maakte van onze picknicktafel een tent voor Archie en Moose lag binnen in zijn mandje heel comfortabel te knorren zoals je kan zien. Haha. Gek beest!

Zondag 31 maart.

Yay het is zomeruur! Vanaf nu blijft de zon weer wat langer schijnen! Olé. Alleen jammer dat dat inhoudt dat we een uur minder slaap kregen. Kon het nochtans wel goed gebruiken na gisterennacht. We ontbeten met vers gebakken croissantjes en chocoladekoeken, een fruitsapje en yoghurt waarna we snel de keuken aan de kant deden en naar het bos trokken voor een wandeling. David besloot een foto van me te maken terwijl ik wandelde met de doggies waarna ik natuurlijk van hem ook een foto wou nemen. Haha.

Ik heb dus ondertussen maar weer m’n thema veranderd. Blijkbaar werkte de ‘subscribe’ link bovenaan in m’n menu niet en ik kreeg het niet opgelost. Ik ben dan toch een perfectionist zo te zien want ik kon het niet verdragen om het dan maar gewoon zo te laten dus ik installeerde m’n oude thema nog maar es. Haha. Sorry hoor 😉

Voor de rest van de dag plande ik niet veel bijzonders in. Ik werkte nog wat aan mijn blog, las wat in mijn boek en ging ‘s avonds bij mijn schoonzus eten. Gezellig!

Hoe was jullie week? Genoten van het zonnetje?

Volg:

2019 Fashion Challenge. Update 1.

In februari ging ik mijn 2019 Fashion Challenge aan met als doel geen nieuwe kleding meer te kopen. Als ik al iets kocht, mocht het enkel tweedehands zijn. Nu er twee maanden voorbij zijn, kan ik al wel een update schrijven want ik heb een paar dingen geleerd!

Recap:

De regels:

  1. Sokken, panty’s en ondergoed koop ik wel nieuw maar alleen als ik er echt nodig heb.
  2. Cadeaukaarten mag ik besteden maar ik krijg amper cadeaukaarten dus dat zal al bij al wel meevallen.
  3. Tegen de zomer mag ik van mezelf 1 goed paar sandalen kopen. Dat heb ik namelijk niet en ik vind dat toch een vrij cruciaal iets.
  4. Als één van m’n basic dingen stuk gaat en ik kan het niet vervangen door iets wat ik al in mijn kast heb, mag ik het ook nieuw kopen.

Wat hoop ik dat het me brengt?

  1. Ik wil graag meer tevreden zijn met de kleding die ik heb en mijn spullen ook meer waarderen. Want ja, het is toch eigenlijk erg dat ik maar nieuwe jeansbroeken blijf kopen terwijl ik perfecte exemplaren heb die me heel mooi en comfy zitten?
  2. Minder verspilde tijd aan online shoppen. Minder schuldgevoel. Meer geld op mijn rekening!
  3. Minder verspillen en beter nadenken over waar ik mijn geld aan geef.
  4. Wat creatiever zijn met m’n outfits en eens wat meer combinaties proberen. Ik heb zoveel leuke dingen! Ook veel dingen die ik niet draag. Ik zou graag elk ding uit mijn kast in een outfit verwerken.

Wat ik leerde:

  1. Ik shop nog altijd graag. Ik schreef al eens eerder over mijn shopverslaving (laten we het maar gewoon benoemen hé) en ik merk dat ik er nog altijd niet van af ben. Gaat dat ooit gebeuren? Das de vraag natuurlijk. Ik vind het nog altijd leuk om rond te struinen op het wereld wijde web en de mooiste tweedehands spullen bij elkaar te zoeken.
  2. Ondanks dat ik nog altijd extreem blij word van nieuwe dingen, heb ik deze twee maanden véél minder gekocht dan ik normaal zou doen. Oké, ik kocht dus inderdaad wel nog altijd een paar dingen maar kijk, babysteps hé.
  3. Ik vind tweedehands winkelen zowaar nog leuker dan fast fashion shoppen dus de vraag is of ik er wel goed aan doe mezelf dat toe te laten. Haha 😉
  4. Ik voel totaal niet de nood om nog te gaan winkelen. Als in echt een paar uur in de stad rond te lopen en kleren te gaan passen (en kopen) in de winkels. Ik heb er eerlijk gezegd zelfs een beetje een degout van. Hoera! Vooruitgang!
  5. Ik kan dit volhouden! Ik had in het begin wel gedacht dat ik me toch eens ging laten vangen. Niet dus. Yes! Het gaat me nog makkelijk af ook dus ik ben alleen maar blij!
  6. Ik heb genoeg dingen om leuke outfits te maken. Het is leuk om dingen te dragen die ik heel mooi vind maar nog nooit droeg. Ik durf veel meer nu. Vroeger kon ik heel onzeker zijn over mezelf en mijn kleren. Dan dacht ik constant aan wat mensen gingen denken. Dat is zo goed als weg.

Zoals ik dus al zei, kocht ik wel een aantal items maar dus enkel tweedehands / preloved (vind ik eigenlijk een leuker woord). Ik deed dit vroeger ook al regelmatig maar ik ontdekte een paar nieuwe leuke shops en ik vind het echt heel tof om dan net dat ene bijzondere jurkje te kopen. Ik ga dus niet beweren dat ik ‘genezen’ ben van mijn shopverslaving, ook al voel ik de shopdrang veel minder, maar het gaat toch wel de goeie kant uit!

Ik vind het ook oprecht fijn om meer bezig te zijn met wat ik al heb en daar blij mee te zijn. En het geeft me ook een goed gevoel dat ik niet echt meer de drang voel om alleen maar nieuwigheden te kopen. Ik schreef me ondertussen ook uit voor alle nieuwsbrieven van mijn favoriete winkels maar daarnaast voel ik dus ook zelf niet meer de nood om ze constant online op te zoeken.

Ondanks dat ik vind dat het goed gaat, kan het toch nog beter en ben ik van plan om in april geen nieuwe (lees: tweedehands) spullen meer te kopen. Even een tandje bijsteken! Ik ben in april ook een paar dagen thuis en het is mijn plan om dan even door mijn kast heen te gaan en nog eens goed te kijken naar de dingen die ik heb en niet meer draag en eventueel wat stuks te verkopen.

En en en, binnenkort post ik ook een post met mijn favoriete preloved items die ik ooit kocht!

Volg:

Wat ik leerde uit Hoe word je alles?

BOODSCHAP VAN ALGEMEEN NUT: dit is een vrij lange post geworden 😉

Een tijdje geleden las ik Hoe word je alles? van Emilie Wapnick uit. Toen ik de ondertitel las; ‘voor mensen die (nog steeds) niet weten wat ze willen worden’, wist ik al meteen dat het een boek voor mij zou zijn. CHECK! Ook in dit boek heb ik weer heel veel dingen gemarkeerd en daarom leek het me leuk om er een volledige blogpost aan te wijden.

Allereerst moet ik misschien een beetje meer uitleg geven over de opzet van het boek. Het boek gaat over multipotentialisme. Emilie biedt een aantal alternatieven aan voor dat woord, zoals bijvoorbeeld puttylike (tevens de naam van haar website), veelweter, generalist, scanner, renaissancemens, duizendpoot. Multipotentialist is een ingewikkeld klinkend woord om aan te duiden dat je iemand bent die veel uiteenlopende interesses heeft. Je hebt niet één roeping maar je bent iemand die meerdere projecten * wil opstarten.

Het boek maakt eigenlijk goed duidelijk waarom zoveel mensen worstelen in onze maatschappij die vooral gefocust is op die ene passie die je wel moet hebben wil je een succesvolle job doen / leven leiden. Onze maatschappij is gericht op specialisten. Niet op mensen die veel uiteenlopende interesses hebben en veel verschillende projecten opstarten. Als je een multipotentialist bent, wordt je vaak aanzien als iemand die dus niet weet wat ie wil en misschien zelfs wel als iemand die maar wat aanmoddert omdat je dus niet 1 duidelijk afgebakend doel hebt.

*Ik ga een paar keer het woord projecten gebruiken maar dit houdt daarom niet letterlijk een project in. Het kan je werk zijn, je hobby, je andere interesses. Dus het is niet per se een echt project zoals we dat gewoon zijn zeg maar 😉

De dingen die ik leerde uit Hoe word je alles?

Het is niet erg om niet 1 passie te hebben.
Het is oké om niet te weten wat je wilt.
Je bent niet de enige die hiermee worstelt.

Toen ik eind 2017 zo slecht in mijn vel zat en op zoek wou naar een nieuwe job, had ik heel erg het gevoel dat mijn volgende job dé job moest zijn. Iets waar ik mijn passie in kwijt kon, een job waar ik voor de rest van mijn leven kon blijven. Buiten het feit dat sommige mensen die ook effectief tegen me zeiden, voelde ik vanuit ‘de maatschappij’ ook wel wat druk. Hoezo weet je niet wat je wil worden?

Eerlijk gezegd snap ik nog altijd niet dat er zo erg gefocust wordt op onze roeping. Alsof iedereen een roeping heeft en je raar bent als jij dat niet hebt. Oké, dan ben ik maar raar. Maar door het boek weet ik nu dat eigenlijk de meerderheid van de mensen in hetzelfde schuitje zit. Het is oké als je geen roeping hebt en daardoor niet zo goed weet welke job je zou willen doen. Je bent niet alleen. ‘t Is oké. Echt waar.

De maatschappij legt ons te veel druk op.

No surprise there. We worden om onze oren gesmeten met succesverhalen van mensen die hun droomjob vonden. Specialisten. En liefst ook nog mensen die al van heel jong wisten dat die job voor hen dé job is. Zoals een dokter of juf die al van kinds af aan zeggen dat ze dokter of juf willen worden. Ik was daar heel jaloers op. Ik wou dat ik het ook gewoon wist. Dat wil ik worden. Maar ‘helaas’ is dat bij mij niet het geval. Ik heb super veel interesses en zou gerust heel veel verschillende jobs kunnen doen.

Zoek een manier van werken die bij je past. Het Einstein werkmodel is perfect voor mij.

Emilie beschrijft in haar boek verschillende werkmodellen die je zo kan volgen of natuurlijk kan aanpassen aan je situatie.
Zo heb je het schuinestreepmodel waarbij je twee of meer parttime banen combineert, het smeltkroesmodel waarbij je al je interesses in 1 job kunt combineren doordat je een heel veelzijdige job hebt en het feniksmodel waarbij je een aantal maanden of jaren focust op 1 domein en daarna overstapt naar een nieuwe carrière. Maar dan heb je ook mensen, zoals ik, die een job doen die leuk is, waar ze wel voldoening uit kunnen halen maar die ook veel ruimte laat om daarnaast nog projecten op te starten. Ik vind stabiliteit heel waardevol. Ik doe mijn werk heel graag maar het betekent niet alles voor me. Ik heb veel interesses en doe veel dingen voor de lol. Mijn werkmodel heet het Einsteinmodel.

Er zijn drie criteria waar mijn baan aan ‘moet’ voldoen (volgens het Einsteinmodel dan).

  1. De baan moet leuk zijn en liefst een beetje uitdagend op een terrein waar je oprecht in geïnteresseerd bent.
  2. Je moet er voldoende mee verdienen om je financiële doelen te kunnen halen.
  3. Je moet voldoende vrije tijd en energie overhouden om je andere interesses naast je werk te kunnen doen.

En ik kan me hier echt enorm in vinden! Daarom zit ik bij mijn huidige job ook zo op mijn plek. Ik vind het leuk, ik doe het graag, het geeft me wat uitdaging en ik kan me ontwikkelen in iets wat me erg interesseert. Ik krijg er een mooi loon voor en ik heb nog genoeg vrije tijd over voor mijn hobby’s.

Keuzes zijn als klei.

De keuzes die je maakt zijn bijna nooit permanent of onomkeerbaar. We staren ons snel blind op de keuzes die we maken omdat we het gevoel hebben dat onze keuze alle andere mogelijkheden uitsluit. Kiezen beperkt inderdaad je opties maar helemaal niet zo erg als we altijd denken. Onze keuzes kunnen veranderen op het moment dat we ze maken, we kunnen meerdere dingen tegelijk kiezen en als we onze interesse verliezen in iets, dan is dat omdat we hebben gevonden waarvoor we kwamen. Dan kan je weer ruimte maken in je leven voor nieuwe keuzes, passies en avonturen.

We moeten kiezen niet zo serieus nemen want niet kiezen is ook kiezen (eigenlijk een van mijn motto’s zelfs!) en dat heeft vaak nog meer gevolgen dan gewoon beslissen. Als je een project overweegt, moet je het niet proberen zien als een mega verantwoordelijkheid maar eerder als een verkenning, als iets wat je gaat uitproberen. Het is geen bindend iets.

Weet wanneer je moet ophouden.

Als je je baan opzegt, wordt je vaak aanzien voor iemand die het opgeeft als het wat moeilijk wordt, maar eigenlijk klopt dat niet. Een multipotentialist zal niet stoppen als het een beetje tegenzit. Meestal vertrekken ze omdat iets te makkelijk is geworden of omdat ze iets nieuws willen gaan verkennen. Voor de buitenwereld ziet het er uit als opgeven maar voor jou is het project gewoon afgelopen. Een multipotentialist stopt als hij er uit heeft gehaald waar hij voor kwam. Je voelt eigenlijk best goed vanzelf aan als je tijd gekomen is. Streep eronder.

Als je je interesse in iets verliest, moet je altijd de mogelijkheid overwegen dat je hebt gekregen waarvoor je kwam; je hebt je missie geklaard […] Daarom verflauwt je belangstelling: niet omdat je zwak of lui bent of je niet kunt focussen, maar omdat je klaar bent.

Effectief zijn is beter dan de beste zijn.

Is je baas tevreden met je werk? Zijn je klanten tevreden met je werk? Wel, dan heb je het goed gedaan! Het gaat er om iets waardevols te leveren, niet om de beste te zijn in je vakgebied. Maak je niet te veel zorgen om wat anderen doen en focus je op jezelf. Doe je best, dan doe je genoeg. Er zijn altijd mensen die het beter doen en er zijn altijd mensen die het slechter doen. Als het je doel is om alleen maar de beste te zijn, zorg je voor een sfeer waarin je jezelf constant vergelijkt met anderen en beoordeelt.

Het bedriegerssyndroom is echt een ding.

En ik heb er dus soms ook last van. Het bedriegerssyndroom is de overtuiging dat je eigenlijk een bedrieger bent, dat je bijvoorbeeld niet thuis hoort op je werk en dat iedereen dat op een goeie dag zal opmerken. ‘Wat als ik een grote nepper ben?’ ‘Iedereen zal merken dat ik niet zo slim ben en dat al mijn ideeën nergens op slaan!’.

Emilie leerde me dat als je een echte bedrieger zou zijn, je je hier niet druk om zou maken. Bedriegers zijn leugenaars die opzettelijk mensen misleiden en daar dan van profiteren. Jij probeert alleen je werk goed te doen.

Je bent deskundig tot iemand het tegendeel beweert.

Deze hielp mij enorm om me geen bedrieger te voelen.

Er is geen nationale keuringsdienst voor deskundigen, die diploma’s uitreikt aan ware meesters en amateurs aan de kaak stelt. De meeste werkgevers en klanten zoeken naar mensen die hun specifieke probleem begrijpen en oplossingen kunnen aanreiken. Als je jezelf met zelfvertrouwen presenteert en je vaardigheden koppelt aan concrete resultaten, zullen de juiste mensen met je willen samenwerken.

Ik kan nog vrij lang doorgaan en ik zou hier ook evengoed gewoon het hele boek kunnen in plakken want het was een grote eyeopener voor me. Als je zelf ooit hebt geworsteld met het idee dat je niet weet wat je wil worden, lees dit boek! Naast dat Emilie veel inzichten biedt, schrijft ze ook heel fijn. Het boek is heel gestructureerd en aan het einde van de hoofdstukken vind je vaak een lijstje met de belangrijkste punten. Dat vind ik zelf altijd wel handig. Wat ik verder ook nog nuttig vind is dat Emilie op het einde van het boek ook handvaten meegeeft die je kunnen helpen als mensen je vragen stellen over je ‘roeping’ of wat je doet voor de kost.

Verbloem het aparte niet; onderstreep het.

Volg:

Dingen waar ik de kriebels van krijg.

Gewoon een lijstje met super random dingen waar ik enorm de kriebels van krijg. En dan bedoel ik kriebels niet in de positieve zin 😉

Een natte schotelvod.

Nog erger: een natte schotelvod met kruimels aan.

Naar de wc gaan en merken dat de bril nog een beetje warm is van de vorige. BRRRRRR. Ik vind dat echt afschuwelijk! Ondanks dat ik bijvoorbeeld op mijn werk wel graag altijd naar dezelfde toilet ga, zou ik er nooit op gaan zitten als er net iemand af komt. En ik heb dat eigenlijk met gelijk welke andere zitplek die nog een beetje warm is, zoals bijvoorbeeld een stoel in de trein. Jakkes.

Een proper scherm of net gekuiste brilglazen met vette vingerafdrukken op.

Een vetvlek op kleren. Ik wil mijn favoriete truitje nog wel dragen maar ik heb een vetvlek die – als ik het in m’n broek steek – net boven de rand uit komt.

Mannen die je ongegeneerd aan’t checken zijn als je voorbij loopt.

Met je sok in iets nattigs gaan staan.

De oortjes van andere mensen moeten gebruiken.

Een snotterig ei. Ken je dat, als je een spiegeleitje maakt en het zo niet helemaal volledig doorbakken is en er dan zo’n glibberig laagje eiwit nog op ligt? Brrr.

Melige appels. AF-SCHU-WE-LIJK!

In de zomer op net gemaaid, nat gras lopen en dan allemaal gras aan je voeten hebben plakken.

In zee gaan en allemaal viezige, slijmerige dingen aan je benen voelen. Dit is een van de redenen dat ik niet graag in de zee ga. En ook omdat je in onze Belgische zee zelfs niet kan zien wat er dan aan je been hangt.

Wakker worden en merken dat je wang en je kussen wat nattig zijn omdat je kwijlde.

Mensen die hun vingers / knieën / tenen / weetikveelwat kraken.

Dingen die eigenlijk krokant horen te zijn maar wak zijn.

Van die rode golflijntjes onder woorden die je tekstverwerker niet kent. Ook al is het een normaal Nederlandstalig woord.

Een haar in je mond hebben en dat er dan niet deftig uit krijgen waardoor je rare bekken zit te trekken met je vingers in je mond.

Van die vettige plekken op de ramen in de bus of de trein als bewijs dat iemand daar met zijn hoofd heeft tegen gezeten.

Photo by wenping wang on Unsplash

Volg:

Over gewoon schrijven.

Soms open ik mijn blog en begin een nieuw bericht te typen. Gewoon schrijven. Waarna ik alles wat ik schrijf de grootste onzin vind en het dan maar weer verwijder. Ik sla het zelfs niet op hé. Ik mieter het meteen mijn digitale prullenbak in. Om de een of andere reden vind ik de losse schrijfsels minder waard dan posts die echt over een onderwerp gaan. Dan denk ik: ‘Wie wil dit nu in godsnaam lezen?’ om mezelf dan meteen daarna een beetje op de vingers te tikken want ik moet me dat niet aantrekken. Als ik wil schrijven, dan schrijf ik.

Dus bij dezen, een soort van leuterpost over gewoon schrijven en misschien nog andere dingen ook maar dat weet ik nu nog niet natuurlijk. We gaan het zien hé. Ik kwam eigenlijk nu voor deze post op het idee om gewoon wat te gaan schrijven doordat ik las over Annes droom om een boek te schrijven. Dat vind ik dus mega stoer en ik zou haar boek ook sowieso kopen en lezen want als Anne iets schrijft, droom ik altijd een beetje weg. Maar Anne zegt dus dat ze hele lappen tekst schrijft zonder dat ze ze publiceert. Een beetje zoals mij, alleen gooi ik ze dan gewoon in de prullenbak. En toen kwam ik dus op het lumineuze idee om daar dan gewoon iets over te schrijven en het deze keer maar gewoon te publiceren.

Ik heb een soort van rare liefde voor letters. Ik vind het heel satisfying om met mijn vingers op mijn toetsenbord te tokkelen en dan letter per letter te zien verschijnen. Van zodra ik die eerste letters typ, krijg ik meteen zin om een heel epistel te schrijven. Alleen vraag ik mij dan dus altijd af wie het wil lezen. Maar oké, dat doet er nu even niet toe. Daarnaast vind ik het dus ook heel fijn om gewoon een getypte tekst te zien. Is dat raar?
En het gevoel van mijn vingers die over het toetsenbord vliegen vind ik ook heel tof. Ik heb dat ook wel met geschreven letters. Als in echt met een balpen op een blad papier geschreven. En liefst zo’n zachte pagina waar je goed in kunt drukken. Call me weird. Ik snap dat.

Ik vind dus gewoon schrijven eigenlijk ook heel heilzaam. Gewoon alles wat in je hoofd zit op papier smijten. Zalig! Maar ik doe het nog wat te weinig en nochtans helpt het me altijd aan inspiratie voor andere schrijfsels. Dus bij deze, na mijn semi vernieuwde ochtendroutine, ook een een beetje een voornemen om wat vaker gewoon te schrijven.

Volg: